Het rijke roomse leven in brabant 1900-1970

Mijn Eerste Communie in de Laurentiuskerk

Rooms prentenboek

In het voorjaar van 1957 was ik zeven jaar en verhuisde ik van het toenmalig gehucht Effen onder Breda naar het ietwat chique Ginneken, ten zuidwesten van de stad. Een paar weken later moest ik in de St. Laurentiuskerk mijn “Eerste Plechtige Communie” doen.

Interieur van de Laurentiuskerk, 2016 (foto: Johan Bakker. Bron: Wikimedia Commons. CC BY-SA 4.0)
Interieur van de Laurentiuskerk, 2016 (foto: Johan Bakker.
Bron: Wikimedia Commons. CC BY-SA 4.0)

Ik voelde me in die weken nergens thuis; noch op de veel grotere lagere school dan die op Effen, noch in de eveneens veel grotere Laurentiuskerk waar maar liefst een pastoor, Doens, met wel drie kapelaans de zaak bestierde. Daar liep ik overigens een trauma op, dat mij mijn leven lang is bijgebleven.

Dat ik op school door klasgenootjes werd gepest om mijn verlegenheid en boerenaccent kan ik – achteraf - begrijpen. Maar van een volwassene mocht je, ook in die tijd, wat anders verwachten. Niet dus, zo bleek tijdens de voorbereiding op de communie in de kerk. Alle aspirant communicantjes zaten op een vrijdagmiddag vooraan in de kerk om de liturgie van het aanstaande communiefeest door te nemen. Op een bepaald moment was ik volgens een van de kapelaans aan de beurt om hardop het kruisteken te maken. Dus zei ik: “Vader Zoon en heilige Geest,” waarna hij een flinke klap tegen mijn hoofd uitdeelde. Totaal vanuit het niets. Ik schrok hevig en wist niet wat mij overkwam. “Opnieuw,” schreeuwde hij. En weer maakte ik een kruisteken onder het zeggen van “Vader, Zoon en heilige Geest.” En wederom kreeg ik een optater, gevolgd door een tirade over hoe dom ik was om na een half jaar oefenen het kruisteken zo verkeerd te maken. Ik was me nog steeds van geen kwaad bewust, totdat dat ook tot de hersenen van de eerwaarde geestelijke doordrong en hij luid en duidelijk articulerend zei: “In de naam… van de Vader, Zoon en heilige Geest”… Ik weet niet eens meer of ik moest huilen. Ik denk het wel. Het ergste vond ik niet zozeer de dreunen tegen mijn hoofd, dan wel de minachting die van de gezichten van mijn klasgenootjes droop. Wat een sukkel!

Communicantjes in Vught, 1944 (BHIC, Fotopersbureau Het Zuiden, fotonummer 1634-009086)
Communicantjes in Vught, 1944 (BHIC, Fotopersbureau Het Zuiden, fotonummer 1634-009086)

De gebeurtenis, het hoofd van de dader, kaal, met een spitse neus, koude ogen en grote oren, en zijn naam zou ik de rest van mijn leven niet meer vergeten.

Sterker nog. Zestig (!) jaar later leidde dit gebeuren, op 25 meter van de plaats delict, tot een confrontatie met een familielid van hem. Als televisieregisseur van kerkdiensten verzorgde ik rond 2017 een paar uitzendingen vanuit diezelfde Laurentiuskerk. In een koffiepauze rond de regiebespreking op een zondagochtend in een naastgelegen zaaltje vertelde ik aan een paar collega’s, dat deze klus op deze locatie voor mij een cirkel rond maakte en voegde er het verhaal van mijn eerste communie aan toe. Uit het niets kwam daarop de stem van een lectrice van de parochie, die had meegeluisterd: “Ik kan dat allemaal moeilijk geloven. Die kapelaan was mijn oom en dat was zo’n lieve, aardige man…”

5

Reacties (5)

Gerda Godrie zei op 26 maart 2024 om 15:22 uur

Ik kan dit juist heel goed geloven; had eenzelfde ervaring met de pastoor in ons dorp met losse handjes. Als wij op school straf kregen waren ze het altijd met de leerkracht eens, maar deze keer werd mijn diepgelovig vader heel boos op de pastoor.

Peter van Zoest zei op 26 maart 2024 om 15:48 uur

Toch even 'n correctie: katholieke kinderen doen tussen het zevende en achtste levensjaar hun 'eerste communie', niet hun 'eerste plechtige communie'. Tot de jaren zeventig van de twintigste eeuw deden kinderen rond hun twaalfde de 'plechtige communie', waarbij de doopbeloften werden 'hernieuwd'. Het vormsel heeft de functie van de plechtige communie overgenomen (zie 'Eerste hulp bij katholieke begrippen' (Eric van den Berg, Frank G. Bosman, Peter van Zoest), Berne Media, 2019).

Norah zei op 26 maart 2024 om 16:32 uur

Ik sluit me bij Gerda en Pieter aan, men was niet zo zachtaardig tegen kleine kinderen vroeger.
Zelf ben ik bespaard gebleven, maar de hatelijkheden staan me wel nog bij.

Donders geen roy zei op 26 maart 2024 om 19:15 uur

Op een lagere school werd regelmatig geslagen bij mij door fraters bij mijn zussen door nonnen van liefde. Tilburger

Marina zei op 26 maart 2024 om 19:50 uur

Volgens mijn ouders werd er vroeger flink op los gemept door het "geestelijk". Ik denk dat ze daarom er niets mee te maken wilden hebben, ik kom uit de zestiger jaren, en in grotere plaatsen was de ontkerkelijking al flink gaande.

Reactie toevoegen

Je e-mailadres is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Platte tekst

  • Geen HTML toegestaan.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.