Voor de start van het kleinseminarie huurde het bisdom in 1814 het kasteeltje Veebeek bij Berlicum. Dit werd al spoedig te klein. In 1816 werd daarom het landgoed Beekvliet aangekocht. Het in een ambachtelijk-traditionele stijl gebouwde landhuis werd een jaar later als kleinseminarie in gebruik genomen.
De bouwkundigen Van Someren en Van Son maakten in 1817 uitbreidingsplannen voor een linker- en een lange rechteraanbouw, die tussen 1818 en 1853 in drie fasen werden uitgevoerd. De kapel kwam in de rechtervleugel op de verdieping. Het torentje dateert uit 1840.
Zuiden, 1950. Collectie BHIC, fotonummer 1633-003698)
In 1852 begon de bouw van de nieuwe neoromaanse kapel, die door architect H. van Tulder werd ingericht en pas in 1865 werd geconsacreerd. Het groeiende aantal studenten maakte tussen 1855 en 1883 aanhoudend verbeteringen en uitbreidingen noodzakelijk.
In april 1899 begon architect Nielen uit Sint-Michielsgestel met de bouw van een zusterklooster. In de paasvakantie van 1900 namen de eerste acht Kleine zusters van Sint Joseph uit Heerlen hun intrek in het klooster. Ze maakten gebruik van de algemene kapel. In 1905 was hun aantal verhoogd tot vijftien. De zusters verzorgden de huishouding van 1900 tot 1972.
Op 20 juni 1905 werd de eerste steen gelegd voor een nieuw hoofdgebouw naar ontwerp van W. van Aalst uit ‘s-Hertogenbosch. Het kasteeltje werd afgebroken voor het nieuwe gebouw dat in 1907 gereed was. De voorgevel was zeventig meter breed. In 1918 werd deze voorbouw nog eens met dertien meter verlengd. In de tweede helft van de jaren twintig ontwierp architect H.W. Valk een plan om alle gebouwen behalve de voorbouw te vernieuwen. Het kleinseminarie moest worden uitgebreid om meer leerlingen aan te kunnen nemen. Maar er werd flink op de plannen bezuinigd. Het uiteindelijke bestek omvatte de bouw van een aula en lesvleugel met verwarmingskelder en de vergroting van de recreatiezaal. Aan de hand van een tweede bestek werd de verbouwing van de keuken aangepakt. Deze werkzaamheden werden tussen 1929 en 1932 uitgevoerd.
Tussen 1942 en 1944 werd Beekvliet door de Duitse bezetter gebruikt als gijzelaarskamp, waar honderden prominente Nederlanders werden opgesloten.
Architect Valk vergrootte de kapel in 1951, met behoud van de neoromaanse gewelven en het orgel. Op de voorbouw na zijn alle gebouwen verloren gegaan. Het orgel is overgeplaatst naar de parochiekerk.
De fraaie tuin was in 1865 een ontwerp van de Beekvlietse leraar J.C. de Bont.
Bronnen
J. Smits, Vademecum van religieuzen en hun kloosters in Noord-Brabant, Alphen aan de Maas, 2010
Brabants Historisch Informatie Centrum, toegangsnummer 199 Architect Valk, 1913-1973, inv. nrs. 558, 559 en 560
Jan Lurinks, De bouw van Beekvliet: een kort historich overzicht van de gebouwen, waarin Beekvliet was gehuisvest, in: Den Heertgang 12 (2006) nr. 1, pp. 2-9

Reactie toevoegen